Voor het eerst sinds maanden, sinds ‘mijn eigen’ TiC op 11 oktober 2007 eigenlijk, werd ik naar de keel gegrepen door beelden van vuurgevechten. Na het zien van
de Franse speelfilm "FLANDRES" van Bruno Dumont was ik even

sprakeloos. Letterlijk. De lichamelijke reacties in de vorm van een stijve nek, knallende koppijn en het gevoel van een dichtgeknepen keel verrasten me. Meer dan in welke oorlogsfilm van enige kwaliteit –van “Full metal Jacket” en “Letters From Iwo Jima” tot en met “Saving Private Ryan”– geeft “Flandres een volstrekt helder beeld van hoe het voor een gewone boerenlul is om beschoten te worden, op een bermbom te lopen of door een mortiergranaat te worden getroffen.
“Flandres” vertelt het verhaal van drie boeren uit de natte klei van Noord-Frankrijk, die worden uitgezonden naar een oorlog. Welke oorlog dat is laat Dumont prachtig in het midden. Het zou zowel Afghanistan als Irak kunnen zijn. Sterk is ook dat het hoofdpersonage Demester desgevraagd door zijn vriendin geen idee heeft waar hij als soldaat heengaat. Hij gaat gewoon. Ik woon zelf grotendeels in hetzelfde Noordfranse gebied, ik ken deze mensen. Ik jaag met ze en het zijn mijn buren in een streek waar buren nog echt je naasten zijn. Weinig woorden, leven voor de dieren en alles praktisch nemen zoals het komt. Dumont brengt de mensen en hun omgeving goed in beeld.
De objectieve cameravoering en het ontbreken van muziek dragen juist ook in de scènes in het oorlogsgebied enorm bij aan het realiteitsgehalte van de filmvertelling. Ontdaan van drama en aanzetten van spanning komen de momenten waarin de dood zich plotseling aandient des te meer keihard aan. Met name trof me hoe correct de banaliteit van doden en gedood worden is weergegeven. Een heel indringend gevoel van ’kom op nou, jongens, kappen nou!’ drong zich bij me op, in grote mate vergelijkbaar met wat ik zelf meemaakte in oktober vorig jaar met de commando’s in Uruzgan tijdens het gevecht in de hinderlaag waar we in terecht kwamen. (meer dan 100 taliban-strijders versus 20 commando’s en 1 filmmaker)
Nu was ik in Uruzgan voor “09:11 Zulu” met elitesoldaten op pad. De weergegeven drie Franse boeren zijn relatief slecht getrainde soldaten. Eigenlijk nog steeds gewone agriculteurs in een bizarre situatie. Als leek zag ik al talloze militair-tactische fouten, zoals de vingers voortdurend aan de trekker, op een kluitje lopen en tijdens een aanval van angst verstard blijven liggen om te worden afgemaakt. Maar zo is het ook, normaal gesproken. Ik zat bij wijze van spreken de neiging te onderdrukken ze toe te roepen om te verspreiden, aan te vallen en gericht te schieten. Mijn geluk was de training en mentaliteit van de Nederlandse commando’s: drills&skills, het initiatief overnemen in een massale hinderlaag, no-fear, het naar de vijand brengen van het gevecht. En vooral het onvoorwaardelijke vertrouwen in de man naast je en kameraadschap bewezen zich toen. Daarom leef ik nog, trouwens.
Ik zal elke professional belast met het trainen en voorbereiden van Nederlandse soldaten voor de missie in Uruzgan aanraden deze film op te dringen aan onze jongens, die misschien niet de training en kwaliteit van de commando’s hebben, maar wel in dezelfde situaties terecht kunnen komen. Helaas zal het Nederlandse publiek zoals te doen gebruikelijk deze arthouse film terzijde laten liggen en dat is jammer. Laat staan 2e Kamer-leden. Want het ontneemt ze het inzicht van waar we ‘onze jongens’ eigenlijk insturen. De werkelijke ground truth van de missie in Uruzgan die ons door de politiek en hogere legerleiding is verkocht als ‘wederopbouw missie’.
Een mooi terzijde wat mij betreft, maar in de film belangrijk aanwezig is het meisje, Demester’s beste vriendin. Demester duikt regelmatig met haar de zompige bosjes in voor mechanische sex. Net als de dieren. Zij heeft haar hart verpand aan een van Demester’s wapenbroeders. Maar terwijl hij ver weg aan het vechten is heeft het meisje ‘haar eigen uitzending’, zoals ik het een ervaren Nederlandse warrior hoorde noemen toen het over mijn eigen relatiedip ging na mijn terugkomst uit Uruzgan. Relatieproblemen zijn trouwens usance onder veteranen.
Het einde van de film is mooi. De als enige overlevende teruggekeerde Demester blijkt niet zozeer getraumatiseerd door de dood van zijn collega soldaten, maar door iets wat misschien wel net zo wezenlijk is. De dood van de ex van zijn beste vriendin beschrijft hij simpelweg met de woorden “balle á la tête”, ‘kogel in z’n kop’. Typerend voor een boer die gewend is aan de dood, al zijn het dieren. Maar hij breekt definitief, liggend in het stro in de lendenen van dezelfde vriendin na een emotieloze neukpartij, als hij bekent dat hij haar ex in de steek heeft gelaten. Hoewel hij er zuiver niets aan kon doen, weten we als kijker. Want zijn maat was aan beide benen gewond, de tegenstanders schietend in aantocht en Demester deed het enige juiste: rennen voor zijn leven.
Dat gaat over kameraadschap. Een afgedaan cliché in onze vredige Nederlandsche maatschappij, maar in oorlogsomstandigheden een noodzakelijke conditio-sine-qua-non. En zo toont Demester aan het eind van de film voor het eerst emotie: huilend fluistert hij ‘Je t’aime, je t’aime’ in de oren van het meisje. En zo is er tenminste nog iemand gered.
PS voor mij is “Flandres” aanleiding om binnenkort es een interessante kop koffie te gaan drinken met een terzake ervaren psycholoog. Vandaag een afspraak gemaakt.
PSS in mijn volgende documentaire gaat kameraadschap als onderlaag in de filmvertelling een grote rol spelen. Het stof eraf, van dit vergeten typische mannen-fenomeen.
Op donderdag 15 februari kreeg ik de gelegenheid een gastcollege te geven op de School voor Journalistiek in Utrecht. Erg leuk om een groep aanstormende journalisten te spreken over "09:11 ZULU" en vooral de verwikkelingen in journalistieke zin er omheen.
De podcast is online te beluisteren op tripmywire.nl.
Het gastcollege was georganiseerd door studievereniging
'Heb Je Lef' binnenkort op een nieuwe url:
LEF, erg toepasselijk. Mijn motto het afgelopen half jaar is NO FEAR namelijk. Angst is zo ongeveer de slechtste drijfveer in het leven. Je ziet het in de politiek, in de militaire wereld zowel als in de relatiesfeer...
Ik heb de film laten zien, vervolgens m.b.v. de eerste powerpoint presentatie van mijn leven een & ander van de verwikkelingen gepresenteerd. Ten slotte de Q&A, questions and answers, wat mij betreft het leukste gedeelte van het college. Ik verheug me over het algemeen het meest op stekelige vragen en die waren er. 'Je noemt jezelf geen journalist?' is er bijvoorbeeld zo eentje.
Maar meteen het antwoord: 'ik heb me nooit met die vraag beziggehouden, totdat na het fameuze schietincident het voltallige journaille me ermee overviel. Zodoende speelt enige journalistieke code voor mij geen enkele rol, slechts mijn eigen code. En dat is de Vik Franke code: ik laat het zien zoals het volgens mij is. Dat is al een eerste subjectieve moment. Daar komt bij dat ik een groep mensen portreteer, naar mijn eigen keuze. Dat is het tweede subjectieve moment en daaree is de gehele zaak subjectief in het kwadraat. En volgens mij daardoor waarachtig, aangezien ik deze subjectiviteit als zodanig helder in alle toonaarden presenteer.'
Overigens gaat een volgende film wat mij betreft over de politieke kant van de zaak. Ik zou erg graag een politicus of de legerleiding aan het woord laten en hun verhaal voor het voetlicht brengen. Maar: dat is een andere film. Ik ben er al mee bezig... ik hoop dat ook aan die zijde de gedachte 'no fear' leeft. Net als bij de commando's. & bij mij.
PS nog een aardige confrontatie met de werkelijkheid achter de schjnbare romantiek van oorlog (-sjournalistiek) voor de studenten. Arjan Sterk van
Special Medics geeft trainingen om in dit soort situaties te overleven: